Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 15 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AV7405.

Dit verzoek, vermeld ik ter toelichting, strekt tot cassatie in het belang der wet van een beslissing van de Voorzieningenrechter te Rotterdam van 21 april 2005(2), waarin met toepassing van art. 1033 Rv. wraking werd uitgesproken van [betrokkene 2 en 3] als arbiters in een arbitraal geding tussen de partijen [betrokkene 1] en Aegon. Deze beslissing baseerde de Voorzieningenrechter op een gedachtegang die ik aldus samenvat, dat de arbiter-medicus die zelf deskundig is op het terrein van het geschil dat aan zijn oordeel onderworpen is, en die ertoe overgaat de patiënt die partij in de arbitrage is zelf te onderzoeken (teneinde informatie die voor het onderwerp van het geschil relevant is te verzamelen), zijn onbevooroordeeldheid ten aanzien van bewijsmateriaal (met betrekking tot de onderzochte materie) in gevaar brengt, en althans in onaanvaardbare mate de schijn teweeg brengt dat dat het geval zou (kunnen) zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbec2ead98d0da2fcc8fed164f357ecb7b76376647c6cafb05ee166581b4dfb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbec2ead98d0da2fcc8fed164f357ecb7b76376647c6cafb05ee166581b4dfb4, en de alinea staat in dat document op bytes 5455 tot 6395.