Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AV7405.
7) In dit arrest gaf de Hoge Raad aan dat de rechter zich in het bedoelde geval een oordeel zal moeten vormen over de gegrondheid van het beroep op vertrouwelijkheid van de gegevens in kwestie - wat (nagenoeg) altijd zal vereisen dat de rechter van die gegevens kennis neemt -, maar in deze bijzondere context: zonder dat die gegevens aan de andere partij(en) worden medegedeeld. Blijkt er inderdaad gegronde reden voor het inachtnemen van vertrouwelijkheid te bestaan, dan wordt - althans: voorzover van belang voor de onderhavige zaak - de keuze geboden uit twee alternatieven: de andere partij kan ervan af zien, van de desbetreffende gegevens kennis te nemen en goed vinden dat de rechter die in zijn oordeel betrekt zonder dat zij zelf daar verder in is gekend; óf, als de bedoelde partij die weg niet wenst te volgen, moet de rechter die kennis heeft genomen van de gegevens waarvan vertrouwelijkheid gewaarborgd moet worden, zich uit de zaak terugtrekken en die overdragen aan beoordelaars die van de vertrouwelijke informatie geen kennis hebben genomen(5).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbec2ead98d0da2fcc8fed164f357ecb7b76376647c6cafb05ee166581b4dfb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbec2ead98d0da2fcc8fed164f357ecb7b76376647c6cafb05ee166581b4dfb4, en de alinea staat in dat document op bytes 10121 tot 11199.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dbec2ead98d0da2fcc8fed164f357ecb7b76376647c6cafb05ee166581b4dfb4 | shasum -a 256