Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AV7405.
In HR 26 maart 2004, RvdW 2004, 54, rov. 4.4, werd die mogelijkheid onderzocht in verband met de verplichting van partijen om aan deskundigenonderzoek hun medewerking te verlenen (art. 198 lid 3 Rv.). In HR 20 januari 2006, NJ 2006, 78, rov. 3.5.3 - 3.5.5 werd een enigszins vergelijkbare vraag onderzocht in het kader van een beroep, door een procespartij, op de geheimhoudingsplicht van haar behandelende medici(7). Daar werd aangenomen dat de rechter geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting wanneer hij deze vorm van "blokkade" van de desbetreffende partij, betrekt in zijn oordeel over omkering van de bewijslast - ook een vorm van "gevolgtrekking" in het nadeel van de daarmee geconfronteerde partij.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbec2ead98d0da2fcc8fed164f357ecb7b76376647c6cafb05ee166581b4dfb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbec2ead98d0da2fcc8fed164f357ecb7b76376647c6cafb05ee166581b4dfb4, en de alinea staat in dat document op bytes 14134 tot 14863.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dbec2ead98d0da2fcc8fed164f357ecb7b76376647c6cafb05ee166581b4dfb4 | shasum -a 256