Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AV7405.

13) Ik merk op dat het niet vanzelf spreekt dat de rechter deze vrijheid heeft. Die vrijheid betekent immers dat degene aan wie de bedoelde prerogatieven toekomen, daarop niet in dezelfde mate kan vertrouwen als het geval zou zijn wanneer de rechter in dit opzicht niet vrij was. Het feit dat de betrokkene van zijn prerogatief gebruik maakt kan immers, onder omstandigheden, "tegen hem gebruikt worden". Dat zou, kan men denken, per saldo een zekere rem of barrière kunnen opwerpen tegen het raadplegen van tot geheimhouding verplichte beroepsbeoefenaren of tegen het uitoefenen van het blokkaderecht, terwijl de desbetreffende regelingen er juist toe strekken, belemmeringen in dit opzicht weg te nemen(8).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbec2ead98d0da2fcc8fed164f357ecb7b76376647c6cafb05ee166581b4dfb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbec2ead98d0da2fcc8fed164f357ecb7b76376647c6cafb05ee166581b4dfb4, en de alinea staat in dat document op bytes 15641 tot 16364.