Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AV7405.
14) Ik keer terug naar de kwestie waarvoor in de brief van mrs. Ynzonides en Van der Schrieck aandacht wordt gevraagd. Dat probleem betekent ongetwijfeld een complicatie als het erom gaat, "eenvoudig" te aanvaarden dat arbiters die tevens medisch deskundige zijn, zelf onderzoek aan de persoon van bij de arbitrage betrokken partijen uitvoeren en de resultaten daarvan bij de beoordeling (willen) gebruiken. Maar die complicatie levert niet op, dat deze arbiters dergelijk onderzoek achterwege zouden moeten laten. Zij kunnen dat wel uitvoeren - maar zij zullen, in de door mij aanbevolen uitleg van art. 7:464 BW, moeten aanvaarden dat dit met zich meebrengt dat wanneer de onderzochte persoon een beroep op het blokkeringsrecht doet, zij zich als arbiter zullen moeten terugtrekken. Het feit dat aan het beroep op het blokkeringsrecht gevolgtrekkingen kunnen worden verbonden kan er echter allicht toe bijdragen dat onderzochte personen niet lichtvaardig van dat recht gebruik van zullen maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbec2ead98d0da2fcc8fed164f357ecb7b76376647c6cafb05ee166581b4dfb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbec2ead98d0da2fcc8fed164f357ecb7b76376647c6cafb05ee166581b4dfb4, en de alinea staat in dat document op bytes 16619 tot 17629.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dbec2ead98d0da2fcc8fed164f357ecb7b76376647c6cafb05ee166581b4dfb4 | shasum -a 256