Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AV7405.

8 Aan de hand van een vergelijkbare gedachtegang geldt dan ook, dat de cliënt/patiënt niet de uiteindelijke zeggenschap heeft over de wijze waarop een door hem geraadpleegde en verschoningsgerechtigde beroepsbeoefenaar van diens verschoningsrecht gebruik maakt. Juist het feit dat de beroepsbeoefenaar daarover zelf het laatste woord heeft beoogt tegen te gaan, dat de rechter (negatieve) consequenties verbindt aan het feit dat de cliënt/patiënt weigert, de beroepsbeoefenaar uit de desbetreffende verplichting te ontslaan: het is immers de beroepsbeoefenaar zelf die daarover beslist. Rov. 3.5.3 van het arrest van 20 januari 2006 bevestigt de geldende regels op dit punt - zie ook alinea's 2.6 e.v. van de conclusie van A - G Wesseling-Van Gent voor dat arrest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbec2ead98d0da2fcc8fed164f357ecb7b76376647c6cafb05ee166581b4dfb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbec2ead98d0da2fcc8fed164f357ecb7b76376647c6cafb05ee166581b4dfb4, en de alinea staat in dat document op bytes 20100 tot 20883.