Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AV7405.

Daarentegen denk ik dat arbiters bij de beoordeling of tot schorsing moet worden overgegaan (of juist niet), alle relevante omstandigheden zullen hebben te betrekken. Daaronder bevindt zich uiteraard de mate waarin de kans op honorering van het wrakingsverzoek als reëel wordt aangemerkt, maar bijvoorbeeld ook de stand waarin het arbitraal geding zich bevindt en de tijdsduur die dat geding (reeds) heeft gevergd; de opstelling die, met name, de partij die wraking nastreeft tot dusver in het geding heeft ingenomen; de urgentie van de vragen die in de arbitrage ter beoordeling staan; en de verwachting omtrent een voortvarend verloop van het wrakingsgeding (in de onderhavige zaak valt bijvoorbeeld op dat daarmee, in vergelijking tot de duur van het arbitrale geding, naar verhouding veel tijd gemoeid is geweest).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbec2ead98d0da2fcc8fed164f357ecb7b76376647c6cafb05ee166581b4dfb4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbec2ead98d0da2fcc8fed164f357ecb7b76376647c6cafb05ee166581b4dfb4, en de alinea staat in dat document op bytes 39744 tot 40577.