Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007

Alinea 262 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AX0731.

3.25. "Voor de vermogensbelasting heeft de Hoge Raad in HR 25 juni 1980, BNB 1980/236 geoordeeld dat het hoofdverblijf voor de belastingplichtige mocht worden gewaardeerd met inachtneming van de bewoning, maar deze jurisprudentie mag niet zomaar worden overgezet naar de Successiewet. Dit arrest moet worden bezien in het licht van de geschiedenis die daaraan voorafging. Evenals voor de Successiewet hadden verschillende hoven beslist dat de belastingplichtige bij de waardering van zijn hoofdverblijf rekening mocht houden met de omstandigheid dat hij zelf dat pand bewoonde. In een brief heeft de minister van Financiën laten weten dat hij deze beslissing redelijk en aanvaarbaar vond, hoewel naar zijn mening de door het hof gegeven motivering betwistbaar is. Daarna is in art. 9 van de vermogensbelasting het begrip 'verkoopwaarde' vervangen door 'waarde in het economische verkeer'. Uit de parlementaire behandeling die hiermee gepaard ging, blijkt niet, aldus de Hoge Raad, dat het de bedoeling van de wetgever was om met de nieuwe wettelijke regeling, voor wat betreft de waardering van een door de eigenaar bewoond huis voor de vermogensbelasting, ten nadele van de belastingplichtige verandering te brengen in de praktijk (waardering in bewoonde staat) zoals die zich met uitdrukkelijke instemming van de belastingadministratie had ontwikkeld."(77)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd0478ead4f335bf6e5d4ffd6575c88d31fd455427046ab71a54f3a3b4796ad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd0478ead4f335bf6e5d4ffd6575c88d31fd455427046ab71a54f3a3b4796ad, en de alinea staat in dat document op bytes 87329 tot 88701.