Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007

Alinea 145 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AX0771.

Indien bij testament is bepaald dat de woning niet naar de langstlevende partner gaat, kan deze laatste desalniettemin op grond van het erfrecht een vruchtgebruik vestigen op de woning, indien daaraan een reële behoefte is. In de periode tot de inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht zal in de uitvoeringssfeer daarop worden geanticipeerd [zie hierna onder beleid; overgangsmaatregel voor 2002, RN]. Dit houdt in dat, onder nader te stellen voorwaarden, in gevallen waarin het morele woonrecht van de langstlevende door de kinderen wordt gehonoreerd en de langstlevende tevens onder het nieuwe erfrecht een recht van vruchtgebruik op de woning zou kunnen claimen, op verzoek van de belanghebbenden successierecht wordt geheven als ware er een dergelijk vruchtgebruik gevestigd. Na de inwerkingtreding van het nieuwe erfrecht bestaat aan een dergelijke behandeling geen behoefte meer omdat het in de rede ligt dat in gevallen waarin thans sprake is van een moreel woonrecht een vruchtgebruik zal worden gevestigd."(37)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98d9b35145ddd41a10348bc057e1471f15010294cb34fdac174bc290a419ce15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98d9b35145ddd41a10348bc057e1471f15010294cb34fdac174bc290a419ce15, en de alinea staat in dat document op bytes 40497 tot 41530.