Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007

Alinea 156 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AX0771.

2.44. In Hof 's-Hertogenbosch, 30 juni 2004, nr. 03/02113(42), ging het om een erflaatster die was overleden nadat het 60%-forfait was afgeschaft. Het betreffende hoofdverblijf behoorde tot de huwelijksgemeenschap en haar echtgenoot verkreeg de helft van de woning krachtens erfrecht. In dit geval kende het Hof aan de bewoning door de verkrijgende echtgenoot een waardedrukkend effect toe. Het Hof oordeelde dat door het vervallen van artikel 21, lid 4, SW 1956 moet worden teruggekeerd naar de regeling zoals die gold voor invoering van dat lid. Onder die regeling werd aan zelfbewoning een waardedrukkend effect toegekend. Dat leidde het Hof af uit de parlementaire behandeling waarbij art. 21, lid 4, SW 1956 is ingevoerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/98d9b35145ddd41a10348bc057e1471f15010294cb34fdac174bc290a419ce15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 98d9b35145ddd41a10348bc057e1471f15010294cb34fdac174bc290a419ce15, en de alinea staat in dat document op bytes 46625 tot 47365.