Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007

Alinea 191 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AX0774.

Als het maatschappelijk ongewenst is dat de echtgenoot van de erflater wordt belast voor de waarde van de woning waarin hij reeds met erflater tezamen woonde, dan ligt het op de weg van de wetgever om hiervoor een vrijstelling op te nemen. Enige slordigheid valt de wetgever op dit terrein wel te verwijten. Art. 21, lid 4, SW 1956 is immers vervallen met het oog op de invoering van een algehele partnervrijstelling voor het successierecht. De gedachte was - kort gezegd - dat nu die partner toch geen successierecht meer was verschuldigd, het waarderingsforfait net zo goed kon worden gemist. Vervolgens ging de invoering van de algehele partnervrijstelling niet door, maar dit was zo op de valreep van de behandeling in de Tweede Kamer dat de tijd ontbrak om alle gevolgen hiervan te doordenken."(49)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e23a673c27f94f1c96bb65ffe0cabfd9709111689b1f0e95546ee014f9471879. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e23a673c27f94f1c96bb65ffe0cabfd9709111689b1f0e95546ee014f9471879, en de alinea staat in dat document op bytes 58487 tot 59303.