Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007

Alinea 315 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AX0774.

De (...) benadering is gebaseerd op de gedachte dat indien de verkoper zich een persoonlijk genotsrecht voorbehoudt, dit genotsrecht onderdeel uitmaakt van de tegen-prestatie, en dus op grond van art. 9 WBR onder de maatstaf van heffing valt, zoals de Hoge Raad in zijn arrest BNB 1992/292 heeft geoordeeld. [voetnoot auteur: (...) Hoge Raad, 29 april 1992, nr. 27 952.] Het is een recht dat door de koper aan de verkoper wordt verschaft. De verkoper kan het zich niet, als niet geleverd onderdeel van de volle eigendom, voorbehouden. Als echter een zakelijk genotsrecht wordt voorbehouden wordt slechts een beperkte eigendom verkocht die als zodanig minder waarde heeft. Een afdwingbaar huurrecht wordt met een zakelijk recht gelijkgesteld."(96)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e23a673c27f94f1c96bb65ffe0cabfd9709111689b1f0e95546ee014f9471879. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e23a673c27f94f1c96bb65ffe0cabfd9709111689b1f0e95546ee014f9471879, en de alinea staat in dat document op bytes 106892 tot 107651.