Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007
Alinea 150 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AX0777.
2.42. In de zaak van Hof Amsterdam, 11 juni 2004, nr. 02/07272(40), werd een appartement verkregen door een erfgenaam die de onroerende zaak tezamen met de erflater, tot aan diens overlijden, als hoofdverblijf had gebruikt. Omdat de verkrijger niet gedurende een periode van 5 jaar vanaf zijn 22e jaar met de erflater samen het appartement had bewoond, was niet voldaan aan de voorwaarden van art. 21, lid 4, SW 1956. De hoofdregel van art. 21, lid 1, SW 1956 was derhalve van toepassing. Aangezien de bewoning door belanghebbende niet berustte op enig recht dat hij geldend zou kunnen maken tegenover een derde die het appartement zou willen kopen, kwam het Hof tot het oordeel dat er geen waardedrukkend effect uitging van de zelfbewoning door de verkrijger.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2e1b3940aa9876895b58e30c81faa7177d721d593d3355999299f78aec9185e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2e1b3940aa9876895b58e30c81faa7177d721d593d3355999299f78aec9185e, en de alinea staat in dat document op bytes 43262 tot 44036.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e2e1b3940aa9876895b58e30c81faa7177d721d593d3355999299f78aec9185e | shasum -a 256