Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007

Alinea 151 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AX0777.

2.43. In Hof 's-Hertogenbosch, 16 juni 2004, nr. 03/01398(41), verkocht een vader een hem toebehorende onroerende zaak, die door zijn dochter werd bewoond, aan die dochter voor de waarde in bewoonde staat. Het 60%-forfait was niet van toepassing. Op grond van art. 21, lid 1, SW 1956 moest volgens het Hof worden uitgegaan van de waarde vrij opleverbaar nu de dochter niet aannemelijk had gemaakt dat de feitelijke bewoning door haar van de woning berustte op enig (huur)recht of zakelijk recht. Overeenkomstig het arrest van de Hoge Raad van 7 juni 1989, nr. 26 133, BNB 1989/239*, diende naar het oordeel van het Hof de waarde van de woning daarom te worden vastgesteld uitgaande van de waarde in vrije staat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2e1b3940aa9876895b58e30c81faa7177d721d593d3355999299f78aec9185e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2e1b3940aa9876895b58e30c81faa7177d721d593d3355999299f78aec9185e, en de alinea staat in dat document op bytes 44056 tot 44780.