Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007
Alinea 234 Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 april 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AX0777.
3.15. Deze bepaling werd in de wet opgenomen nadat de Hoge Raad in 1980 de daarvoor met uitdrukkelijke instemming van de belastingadministratie ontwikkelde praktijk, dat bij de waardering van een eigen woning rekening mocht worden gehouden met de eigen bewoning als waardedrukkende factor, had bevestigd (vgl. HR 25 juni 1980, nr. 19 559, BNB 1980/236c*). De waarde van de eigen woning werd gesteld op 60% van de waarde wanneer die woning leeg zou worden verkocht. In de MvT (15 905, blz. 16) werd over de theoretische juistheid van het waarderingsvoorschrift, dat de waarde van de eigen woning op 60% van de waarde vrij opleverbaar stelt, opgemerkt: "Het in theorie misschien niet onjuiste standpunt dat met de 'bewoning' geen rekening mag worden gehouden bij de waardering, omdat dat een subjectieve factor is, die bij het waardebegrip in de vermogensbelasting niet past, is naar onze mening maatschappelijk bezien onrealistisch en derhalve niet relevant."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2e1b3940aa9876895b58e30c81faa7177d721d593d3355999299f78aec9185e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2e1b3940aa9876895b58e30c81faa7177d721d593d3355999299f78aec9185e, en de alinea staat in dat document op bytes 75515 tot 76486.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e2e1b3940aa9876895b58e30c81faa7177d721d593d3355999299f78aec9185e | shasum -a 256