Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2007

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AX3070.

2.7 Het onderdeel mist voorts feitelijke grondslag, waar het veronderstelt dat het hof is voorbijgegaan aan de mogelijkheid dat door toedoen van DNB bij [eiser] de mening heeft postgevat dat hij geen belanghebbende was en daarom niet langs bestuursrechtelijke weg tegen het besluit van 16 juni 1998 kon opkomen. In dit verband is van belang dat, waar [eiser] zich in appel erop heeft beroepen welbewust van de administratieve rechtsgang te hebben afgezien, (onder meer) omdat DNB hem in de veronderstelling had gebracht dat de administratieve rechtsgang niet voor hem openstond (zie de memorie van antwoord van [eiser] onder 55), hij zich slechts heeft gebaseerd op hetgeen derden (onder wie ook hijzelf) konden afleiden uit het in het algemeen door DNB ingenomen standpunt over het ontbreken van een rechtstreeks belang van de werknemer van een bankinstelling bij een tot die bankinstelling gericht besluit, welk standpunt in het bijzonder uit CBb 11 januari 2000, AB 2000, 119, m.nt. JHvdV, kenbaar is (zie de memorie van antwoord van [eiser] onder 29 en 30, welke beide paragrafen zijn voorzien van het tussenkopje "op verkeerde been gezet")(8). Met betrekking tot dat in het algemeen door DNB ingenomen standpunt heeft het hof overwogen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e1d8a5a4fcd7d3ee7bad4622935ab5434814c01127af808554e6eb149481679. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e1d8a5a4fcd7d3ee7bad4622935ab5434814c01127af808554e6eb149481679, en de alinea staat in dat document op bytes 20837 tot 22091.