Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2007
Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AX3070.
Dat DNB [eiser] in de veronderstelling zou hebben gebracht dat de administratieve rechtsgang niet voor hem openstond, heeft [eiser] blijkens het gestelde in zijn memorie van antwoord onder 29-30 (onder het tussenkopje "op verkeerde been gezet" niet gebaseerd op expliciete uitlatingen die DNB jegens hem zou hebben gedaan, maar (i) op het standpunt dat DNB (onder meer in de zaak die leidde tot CBb 11 januari 2000, AB 2000, 119, m.nt. JHvdV) in algemene zin (en dus ook jegens DNB) naar buiten heeft gebracht (memorie onder 29) en (ii) op de omstandigheid dat DNB door haar kennelijk beleidsmatige opstelling derden (onder wie [eiser]) in de veronderstelling heeft gebracht dat voor hen geen bestuursrechtelijke rechtsgang openstond. Dit aan DNB verweten "toedoen" waardoor bij derden (onder wie [eiser]) misverstanden over de ontvankelijkheid van een eventueel bezwaar en beroep zijn kunnen ontstaan, is naar mijn mening volstrekt onvergelijkbaar met het "op het verkeerde been zetten" van de justitiabele door het betrokken bestuursorgaan, zoals dit in de rechtspraak van de Hoge Raad tot dusverre aan de orde was. Men kan DNB bezwaarlijk verwijten dat zij zich (in het bijzonder in bestuursrechtelijke procedures) op grond van de gegeven stand van de bestuursrechtspraak op het standpunt heeft gesteld dat bezwaren en/of beroepen van werknemers van bankinstellingen zoals [eiser] niet-ontvankelijk zijn. DNB heeft daarmee de (naar inmiddels moet worden aangenomen) wel degelijk ook voor zulke werknemers openstaande administratieve rechtsgang niet gemystificeerd, zoals in de door de Hoge Raad reeds besliste zaken in verband met de civielrechtelijke aankleding van de betrokken rechtsbetrekking of van de gebruikelijke wijze van afdoening van de daarmee verband houdende geschillen wèl het geval was, maar heeft slechts haar gevolgtrekkingen gemaakt aan de hand van een beoordeling die de justitiabele ook zelf kan en moet verrichten. Van een dergelijke beoordeling van de justitiabele zelf is in het gegeven geval ook sprake; zo kan uit de memorie van antwoord van [eiser] onder 49, slot, worden afgeleid dat [eiser] (terecht) niet van bezwaar heeft afgezien, dan na juridisch advies(15) over het standpunt van DNB te hebben ingewonnen. In een situatie waarin zowel DNB als [eiser] met betrekking tot de ontvankelijkheid van een tegen het litigieuze besluit te richten bezwaar en beroep tot dezelfde (naar achteraf blijkt) onjuiste conclusie zijn gekomen, zie ik voor het verwijt dat het DNB was die [eiser] "op het verkeerde been heeft gezet", geen ruimte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4e1d8a5a4fcd7d3ee7bad4622935ab5434814c01127af808554e6eb149481679. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4e1d8a5a4fcd7d3ee7bad4622935ab5434814c01127af808554e6eb149481679, en de alinea staat in dat document op bytes 34075 tot 36652.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4e1d8a5a4fcd7d3ee7bad4622935ab5434814c01127af808554e6eb149481679 | shasum -a 256