Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007

Alinea 110 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AX7244.

8.5. Alsdan is onze zaak vergelijkbaar met de genoemde aanhangige zaak Denkavit voor het HvJ EG, betreffende een deelnemingsdividend dat vóór de implementatie van de EG-Moeder-dochter-richtlijn werd betaald door een Franse dochtervennootschap aan haar Nederlandse meerderheidsaandeelhouder. Daarop werd Franse dividendbelasting ingehouden, hoewel eenzelfde dividend betaald aan een Franse moedervennootschap zou zijn vrijgesteld van bronbelasting wegens (nagenoeg volledige) deelnemingsvrijstelling bij de moedervennootschap. Hoewel de Franse bronheffing volgens het belastingverdrag tussen Nederland en Frankrijk verrekend kan worden met de Nederlandse eindheffing ten laste van de moedervennootschap, kan het niet tot een dergelijke verrekening komen omdat de moedervennootschap als gevolg van de deelnemingsvrijstelling voor het dividend niet aan de eindheffing onderworpen wordt. Het belastingverdrag tussen Nederland en Frankrijk luidt op het punt van de voorkoming van dubbele belasting conform het OESO-model (art. 23A en 23B) en verleent voor bronheffingen slechts gewone verrekening (ordinary credit). De afdeling Contentieux van de Franse Conseil d'État heeft op 15 december 2004 het HvJ EG ter zake de volgende vragen voorgelegd:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/157a9b9dd9da56ce90a9ba46fe68f9410c0180b72ee26c3ed24fa9bda1967297. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 157a9b9dd9da56ce90a9ba46fe68f9410c0180b72ee26c3ed24fa9bda1967297, en de alinea staat in dat document op bytes 61251 tot 62508.