Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007

Alinea 136 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AX7244.

9.8. Niettemin meen ik, gelet op die arresten en op de conclusies van de A.-G. Geelhoed in de zaken Denkavit en Test Claimants in Class IV of the ACT Group Litigation, dat te verwachten valt dat het HvJ EG in de zaak Amurta S.G.P.S. - anders dan het EVA-Hof in de zaak Fokusbank - op de tweede vraag zal antwoorden dat een lidstaat ontslagen is van zijn EG-rechtelijke verplichting tot nationale behandeling van buitenlandse aandeelhouders als blijkt dat hun woonstaat er - door verrekening van de bronstaatbelasting - voor zorgt dat overall geen fiscaal nadeel voor die aandeelhouder resteert. In het normale geval van een ordinary credit voor dividendbelasting (art. 23a en 23b OESO-modelverdrag) zal een belemmering blijven bestaan indien onvoldoende verrekeningsbasis voorhanden is in de woonstaat (excess foreign tax credit), die mijns inziens (zie de genoemde conclusie in de zaak nr. 39 819) weggenomen moet worden door de bronstaat door vermindering van bronheffing ter waarde van het bedrag dat in de woonstaat niet verrekenbaar blijkt. Ook dan zal overigens in de meeste gevallen een cashflow nadeel blijven bestaan in vergelijking met een interne situatie waarbij inhouding van dividendbelasting meteen achterwege blijft, maar blijkens het Marks & Spencer II arrest stapt het HvJ EG kennelijk over dat resterende nadeel heen.(76)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/157a9b9dd9da56ce90a9ba46fe68f9410c0180b72ee26c3ed24fa9bda1967297. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 157a9b9dd9da56ce90a9ba46fe68f9410c0180b72ee26c3ed24fa9bda1967297, en de alinea staat in dat document op bytes 79951 tot 81309.