Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007
Alinea 142 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AX7244.
10.4. De omstandigheid dat het EER-Verdrag geen met art. 58 EG-Verdrag vergelijkbare bepaling bevat, doet niet ter zake, nu art. 58, blijkens onder meer Verkooijen en Manninen, de lidstaten niet meer ruimte geeft binnen het kapitaalverkeer dan zij hebben bij de andere verdragsvrijheden, en dat het discriminatieverbod in art. 58, lid 3, door het hof opgevat wordt als inhoudende dat art. 58 in wezen niets toe- of afdoet aan de rule of reason zoals die ook bij beperkingen op andere Verdragsvrijheden dan die van het kapitaalverkeer wordt toegepast.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/157a9b9dd9da56ce90a9ba46fe68f9410c0180b72ee26c3ed24fa9bda1967297. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 157a9b9dd9da56ce90a9ba46fe68f9410c0180b72ee26c3ed24fa9bda1967297, en de alinea staat in dat document op bytes 85209 tot 85772.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/157a9b9dd9da56ce90a9ba46fe68f9410c0180b72ee26c3ed24fa9bda1967297 | shasum -a 256