Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AX7244.

6.2. Met name uit het genoemde arrest Manninen blijkt dat het HvJ EG de interne situatie en de grensoverschrijdende situatie vergelijkt op basis van de ratio van de nationale regeling en daarbij geen onderscheid maakt naar fiscale jurisdictie ter zake van de vennootschapswinst waaruit het dividend wordt betaald. Finland moest ook ter zake van Zweedse dividenden de onderliggende vennootschapsbelasting (die dus niet in Finland maar in Zweden was geheven) verrekenen met de inkomstenbelasting die zijn inwoners over het dividend betaalden. Het door Finland aangevoerde fiscale territorialiteitsbeginsel (door het HvJ EG erkend in Futura(36)) en de eveneens aangevoerde noodzaak van bewaring van fiscale coherentie (door het HvJ EG erkend in Bachmann(37)) werden door het Hof verworpen als rechtvaardiging met het argument dat dubbele economische belastingheffing net zo belastend is voor ontvangers van buitenlands dividend als voor ontvangers van binnenlands dividend, zodat deze twee gevallen gezien de ratio van het imputatiekrediet (voorkoming van die dubbele heffing) vergelijkbaar waren. Dit argument is ongeldig omdat (i) het HvJ EG de ratio van imputatiestelsels onjuist omschrijft en (ii) het EG-recht geen basis biedt voor aanwijzing van één lidstaat als verantwoordelijk voor het wegnemen van nadelen als gevolg van interactie van twee separate belastingjurisdicties. Binnenlandse en buitenlandse dividenden zijn vanuit de ratio van een imputatiestelsel bezien geen vergelijkbare gevallen. Een imputatiestelsel is immers juist bedoeld om economisch dubbele belastingheffing over uitgedeelde vennootschapswinsten binnen één belastingjurisdictie te voorkomen. Buitenlandse vennootschapsbelasting - die niet aan de imputatiejurisdictie ten goede komt - is vanuit die ratio bezien evident niet gelijk aan binnenlandse vennootschapsbelasting die wél aan de imputatiejurisdictie ten goede komt. Het HvJ EG gaat daaraan ongemotiveerd voorbij; dit impliceert dat hij wederzijdse erkenning van buitenlandse vennootschapsbelasting door imputatiejurisdicties eist. Wederzijdse erkenning is mijns inziens echter slechts toepasbaar indien het mogelijk is om aan te wijzen welke van de twee betrokken jurisdicties voorrang heeft boven de andere, zoals bij goederenverkeer de oorsprongstaat (wederzijdse erkenning van productveiligheidseisen, additieven, etikettering, etc.), bij diploma's de opleidingsstaat (wederzijdse erkenning van diploma's), etc. Bij belastingheffing valt die jurisdictie niet aan te wijzen, althans niet op basis van EG-recht, dat immers geen regel of beginsel omvat waaruit op te maken valt of bronstaatheffing of woonstaatheffing vóórgaat. Er is geen regel van EG-recht die aanwijst aan wélke van de twee betrokken lidstaten moet terugtreden ingeval van juridische of economische internationale dubbele belasting van inkomen uit grensoverschrijdende economische activiteit. Desondanks heeft het HvJ EG in zaken als Manninen, Bosal(38), Schumacker(39) en De Groot(40) heffingsvoorrang gegeven aan de bronstaat. Volgens het arrest De Groot mag de bronstaat buitenlanders zelfs onverdund discrimineren ten koste van de belastingopbrengst van de woonstaat: de woonstaat werd verantwoordelijk gemaakt voor het wegnemen van de nadelige gevolgen van de discriminatoire weigering van de werkstaat om zijn belastingvrije sommen en persoonlijke tegemoetkomingen aan buitenlanders te gunnen op dezelfde voet als aan binnenlanders. Ook in Manninen werd het woonland verantwoordelijk gemaakt, zij het dat in dat geval de bronstaat niet van discriminatie beticht kon worden. Nu het Hof - op onduidelijke rechtsgrondslag - kennelijk de woonstaat verantwoordelijk houdt voor het wegnemen van dubbele belasting, rijst de vraag of een bronstaat van dividend (in onze zaak Nederland), net als de bronstaat van loon in De Groot, buitenlanders mag discrimineren (de gevolgen waarvan door de woonstaat weggenomen moeten worden). Het valt immers moeilijk in te zien waarom de bronstaat buitenlanders met binnenlands loon wél fiscaal zou mogen discrimineren, en buitenlanders met binnenlands dividend niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/157a9b9dd9da56ce90a9ba46fe68f9410c0180b72ee26c3ed24fa9bda1967297. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 157a9b9dd9da56ce90a9ba46fe68f9410c0180b72ee26c3ed24fa9bda1967297, en de alinea staat in dat document op bytes 34391 tot 38519.