Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AX7244.

7.3. Volgens vaste jurisprudentie van het HvJ EG is bij de directe belastingen de situatie van ingezetenen en die van niet-ingezetenen in het algemeen niet vergelijkbaar. Wordt een fiscaal voordeel onthouden aan niet-ingezetenen, dan wordt dat verschil in behandeling tussen deze twee categorieën van belastingplichtigen niettemin aangemerkt als (indirecte) discriminatie (naar nationaliteit) in de zin van het EG-Verdrag als geen objectief verschil bestaat dat grond kan opleveren voor die verschillende behandeling.(46) Het HvJ EG ziet een objectief verschil tussen inwoners en niet-inwoners voor wat betreft persoonsgebonden fiscale tegemoetkomingen (in de inkomstenbelasting), zoals belastingvrije sommen, alimentatieaftrek en splitting tussen echtgenoten, (Schumacker, Gilly,(47) Gschwind(48) en De Groot(49)). Voor wat betreft zulke persoonsgebonden fiscale tegemoetkomingen is het de werkstaat/bronstaat - om mij niet overtuigende redenen(50) - toegestaan om nationale behandeling te weigeren aan niet-inwoners die hun inkomen niet (nagenoeg) geheel in de bronstaat verdienen. Gaat het om niet-persoongerelateerde fiscale regelingen, zoals aftrek van verwervingskosten (Gerritse)(51) en toepassing van het belastingtarief (Asscher), dan verkeren inwoners en niet-inwoners volgens het HvJ EG wél in een gelijke positie en moet de bronstaat nationale fiscale behandeling aan niet-ingezetenen verlenen. Hetzelfde geldt bij de aanspraak op teruggave van teveel ingehouden loonbelasting (Biehl(52) en Schumacker) en bij de grondslagbepaling (Bouanich). Voor zover de bronstaat ter zake van het desbetreffende inkomen een gelijke heffingsbevoegdheid uitoefent over niet-ingezetenen en ingezetenen, moet hij ook deze belastingverlichtingen op dezelfde voet verlenen aan beide groepen. Dit volgt ook uit de voor de vennootschapsbelasting gewezen arresten Avoir Fiscal,(53) Royal Bank of Scotland,(54) Saint Gobain(55) en CLT UFA,(56) waarin gelijke behandeling van binnenlandse dochters en binnenlandse vaste inrichtingen wordt geëist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/157a9b9dd9da56ce90a9ba46fe68f9410c0180b72ee26c3ed24fa9bda1967297. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 157a9b9dd9da56ce90a9ba46fe68f9410c0180b72ee26c3ed24fa9bda1967297, en de alinea staat in dat document op bytes 42484 tot 44535.