Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007

Alinea 44 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AX9111.

4.6. (...) dat artikel 26a van de Wet niet een bepaalde vorm voorschrijft waarin de werknemer zijn naam, adres en woonplaats aan de inhoudingsplichtige moet verstrekken. Weliswaar heeft de wetgever blijkens de bladzijden 4 en 5 van de in 4.4 bedoelde memorie van toelichting in dit verband gedacht aan de werknemersverklaring - thans loonbelastingverklaring genaamd - maar hij heeft deze gedachte in de wettekst niet tot uitdrukking gebracht, terwijl zulks met een verwijzing naar de verplichtingen op grond van de artikelen 28, aanhef en onderdeel a, en 29 van de Wet op eenvoudige wijze mogelijk was geweest. Nu evenbedoelde gedachte in artikel 26a van de Wet niet tot uitdrukking is gebracht, moet worden aangenomen dat deze bepaling niet een sanctie behelst op het niet uitreiken door de werkgever en het niet inleveren door de werknemer van een loonbelastingverklaring in gevallen waarin de werkgever naam, adres en woonplaats van de werknemer reeds kent.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49713dbd1543900d8d2c6fc289f9a14a27f7471d6bd3d40aa23493e5b0ce0847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49713dbd1543900d8d2c6fc289f9a14a27f7471d6bd3d40aa23493e5b0ce0847, en de alinea staat in dat document op bytes 17741 tot 18714.