Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007
Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AX9111.
2.8. Artikel 26b heeft het karakter van een sanctiebepaling. Voor de denkbeeldige werkgever die het artikel leest moet het duidelijk zijn onder welke omstandigheden de sanctie wordt toegepast. Bestaat er door het ontbreken van een verwijzing in artikel 26b naar artikel 29, lid 4, van de Wet onduidelijkheid over de wijze waarop de gevraagde gegevens dienen te worden verstrekt? Leerzaam is het arrest van de Hoge Raad van 28 januari 1998, BNB 1998/146 met conclusie van plv. P-G Van Soest. Vóór 1 januari 1997 behelsde de tekst van artikel 26b van de Wet een sanctie voor het geval dat de identiteit van een werknemer niet was vastgesteld overeenkomstig artikel 28, lid 1, onderdeel f, van de Wet. In de tekst was niet tevens vermeld dat de sanctie toepassing vond wanneer geen afschrift van het identiteitsbewijs was opgenomen in de loonadministratie. De Hoge Raad oordeelde:(14)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49713dbd1543900d8d2c6fc289f9a14a27f7471d6bd3d40aa23493e5b0ce0847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49713dbd1543900d8d2c6fc289f9a14a27f7471d6bd3d40aa23493e5b0ce0847, en de alinea staat in dat document op bytes 25351 tot 26247.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49713dbd1543900d8d2c6fc289f9a14a27f7471d6bd3d40aa23493e5b0ce0847 | shasum -a 256