Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007

Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AX9111.

2.9. Bij lezing van artikel 26b van de Wet valt op dat met betrekking tot de vaststelling van de identiteit van de werknemer wordt verwezen naar artikel 28, lid 1, onderdeel f, van de Wet, terwijl een dergelijke verwijzing naar artikel 29, lid 4, van de Wet ontbreekt. Een à contrario redenering (zoals het door de rechtbank aangehaalde hof ter ondersteuning van diens oordeel lijkt op te zetten in r.o. 6.5.2) biedt mijns inziens op zich evenwel geen of nauwelijks een argument voor de stelling dat het ontbreken van een loonbelastingverklaring niet tot gevolg heeft dat het anoniementarief van toepassing is. Als de wetgever niet had verwezen naar artikel 28, lid 1, onderdeel f, van de Wet had de lezer van artikel 26b onder "de vaststelling van de identiteit van de werknemer" naar ik aanneem verstaan de vaststelling als bedoeld in artikel 28, lid 1, onderdeel f, van de Wet. De vraag is of verwijzing in artikel 26b van de Wet niet overbodig is. Zou onder het verstrekken van n.a.w.-gegevens door de werknemer in artikel 26b van de Wet iets anders moeten worden verstaan dan het door hem verstrekken van n.a.w.-gegevens als omschreven in artikel 29, lid 4, van de Wet?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49713dbd1543900d8d2c6fc289f9a14a27f7471d6bd3d40aa23493e5b0ce0847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49713dbd1543900d8d2c6fc289f9a14a27f7471d6bd3d40aa23493e5b0ce0847, en de alinea staat in dat document op bytes 28102 tot 29291.