Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007
Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AX9111.
2.16. De handtekening op de loonbelastingverklaring kan trouwens een functie vervullen bij beantwoording van de vraag of de werknemer onjuiste gegevens heeft verstrekt en de inhoudingsplichtige dit weet of redelijkerwijs moet weten.(19) Uit de Memorie van toelichting bij het toenmalige artikel 26a(20) (thans 26b) van de Wet, zoals geciteerd in onderdeel 2.1, is af te leiden dat de inhoudingsplichtige niet mag afgaan op "kennelijk onjuiste" gegevens. Noch in de Wet, noch in de wetsgeschiedenis is aangegeven welke handelingen een inhoudingsplichtige moet verrichten, opdat hem niet kan worden verweten dat hij is afgegaan op kennelijk onjuiste gegevens en dat hij redelijkerwijs had moeten weten dat de door een werknemer verstrekte gegevens onjuist waren. Wat is dan redelijk? Mij lijkt redelijk van een inhoudingsplichtige te vragen dat hij het identificatiebewijs en de loonbelastingverklaring naast elkaar legt om te zien of sprake is van in het oog springende afwijkingen. Het vergelijken van de handtekening op het identiteitsbewijs en die op de loonbelastingverklaring maakt deel uit van dat onderzoek. Met de ondertekening van de loonbelastingverklaring bevestigt de werknemer zijn identiteitsbewijs.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/49713dbd1543900d8d2c6fc289f9a14a27f7471d6bd3d40aa23493e5b0ce0847. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 49713dbd1543900d8d2c6fc289f9a14a27f7471d6bd3d40aa23493e5b0ce0847, en de alinea staat in dat document op bytes 36072 tot 37297.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/49713dbd1543900d8d2c6fc289f9a14a27f7471d6bd3d40aa23493e5b0ce0847 | shasum -a 256