Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2007

Alinea 103 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AY6713.

48. De bewijsmiddelen houden evenwel niets in ten aanzien van verzoekers wetenschap van niet openbaar gemaakte, koersgevoelige gegevens ten tijde van het inleggen van de order die om 10.32 uur is 'gegaan'. Als zodanige wetenschap kan niet gelden de omstandigheid dat verzoeker de betreffende order had gegeven; dat heeft de wetgever nadrukkelijk willen uitsluiten (vgl. hierboven, onder 24). Voorts zou uit de bewijsmiddelen nog wel kunnen worden afgeleid dat verzoeker een min of meer omlijnd plan had gevormd voor de machinaties waarmee hij een kwartiertje later zou beginnen, maar dat lijkt me ten aanzien van verzoekers eerste, om 10.32 uur uitgevoerde, verkooptransactie evenmin voorwetenschap in de zin van art. 46, tweede lid (OUD) Wte 1995. Zulke voornemens vormen geen bijzonderheden betreffende de handel die zich ten tijde van het bewerkstelligen van de desbetreffende transactie reeds hebben gemanifesteerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f91babb15c75f07ddcd9ef21d97895739455b498d3c1c564d13bba75394c229. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f91babb15c75f07ddcd9ef21d97895739455b498d3c1c564d13bba75394c229, en de alinea staat in dat document op bytes 55269 tot 56201.