Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2007
Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AY6713.
40. Dit ecarteren van bewijsperikelen laat onverlet dat de kwaadaardigheid van het delict nog altijd gelegen is in de zucht naar voordeel ten koste van andere beleggers. Zoals de minister het zelf omschreef, nota bene in de toelichting op het wetsvoorstel strekkende tot de zojuist bedoelde uitdunning van bewijsvereisten (en tevens strekkende tot implementatie van Richtlijn 89/592/EEG): "De handel in effecten met voorwetenschap schaadt het vertrouwen, omdat degene die dit gebruik maakt, een ongerechtvaardigd voordeel zou kunnen behalen ten nadele van andere beleggers."(14) De wederrechtelijkheid van dat beoogde voordeel wordt bepaald door de vertrouwelijkheid van de koersgevoelige informatie, aangezien juist die vertrouwelijkheid de informatie (voorshands) buiten bereik van andere beleggers houdt. Dit vertrouwelijke karakter van een koersgevoelig gegeven veronderstelt dat het niet uitsluitend door de wil van de betrokkene wordt bepaald. Immers, hoezeer een (rechts)persoon het van belang kan achten zijn eigen beleggingsbeslissingen niet (volledig) bekend te maken, een verplichting om vertrouwelijkheid te respecteren kan pas in een rechtsverhouding met derden ontstaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9f91babb15c75f07ddcd9ef21d97895739455b498d3c1c564d13bba75394c229. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9f91babb15c75f07ddcd9ef21d97895739455b498d3c1c564d13bba75394c229, en de alinea staat in dat document op bytes 49208 tot 50405.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9f91babb15c75f07ddcd9ef21d97895739455b498d3c1c564d13bba75394c229 | shasum -a 256