Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2007

Alinea 132 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AY8549.

In HR 9 december 1998, nr. 32 709, BNB 1999/267 (concl. Van Soest, noot Van Raad), V-N 1998/60.5, FED 1999/34 (aant. Albert) oordeelde de Hoge Raad ten onrechte dat hierbij betekenis mag worden toegekend aan de omstandigheid dat de loonkosten in de boekhouding van de belastingplichtige ten laste van de vaste-inrichtingswinst worden gebracht. HR 12 oktober 2001, nr. 35 749, BNB 2002/125 (concl. Van den Berge, noot S. van Weeghel) nuanceert BNB 1999/267 doordat de Hoge Raad tevens verwijst naar de met art. 7 NSV overeenkomende bepalingen van de verdragen met de VS en het VK ('at arm's length'-toerekening) teneinde te bepalen of een beloning ten laste van de winst van aldaar gelegen vaste inrichtingen komt. Uit BNB 1999/267 tezamen met BNB 2002/125 zou afgeleid kunnen worden dat bepalend is dat de beloning daadwerkelijk ten laste van de winst van een vi is gebracht door de werkgever en dat deze handelswijze in overeenstemming is met art. 7 NSV.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d81ffb067c5b2f964e1dfdf29a537af4514a821b2987b4ff1759464ba67fe9c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d81ffb067c5b2f964e1dfdf29a537af4514a821b2987b4ff1759464ba67fe9c0, en de alinea staat in dat document op bytes 60430 tot 61398.