Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2007
Alinea 190 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AY8549.
Het Hof geeft als reden op dat de bevoegdheid tot heffen over het loon volgens de hoofdregel van artikel 15 van het belastingverdrag met het VK toekomt aan de werkstaat en dat de 183-dagenregeling slechts achteraf kan worden getoetst, behoudens in uitzonderlijke situaties. Het is in de regel niet mogelijk vooraf met zekerheid vast te stellen of voldaan wordt aan de voorwaarden van de 183-dagenregeling. Het Hof noemt als uitzonderlijke voorbeelden het indiensttreden na 1 juli, en het van tevoren vaststaan dat niet voldoen wordt aan voorwaarden b en c van artikel 15, tweede lid, van het belastingverdrag met het VK. Zolang niet vaststaat of wordt voldaan aan de voorwaarden van de 183-dagenregeling is Nederland als werkstaat bevoegd tot heffen. Dus moet er loonbelasting worden ingehouden. In dat geval maakt het niet uit of sprake is van een echte of een fictieve vaste inrichting als bedoeld in artikel 6 van de Wet LB 1964. Als naderhand blijkt dat op grond van de 183-dagenregeling ten onrechte loonbelasting is ingehouden en afgedragen, moet teruggave plaatsvinden. Zo vat ik de r.o. 4.14 en 4.15 van het Hof samen. Wat er zij van de juistheid van deze rechtsoverwegingen, de relevantie ervan in de casus ontgaat mij. Toen de Inspecteur de naheffingsaanslagen oplegde, in 2001, kon met zekerheid worden vastgesteld of was voldaan aan de voorwaarden van de 183-dagenregeling in de jaren 1997 tot en met 1999. De vraag of de inhoudingsplichtige zelf in die jaren geconfronteerd is geweest met mogelijke onzekerheid of aan de voorwaarden van de 183-dagenregeling werd voldaan, is dan niet meer aan de orde.(46) Het Hof heeft naar mijn opvatting overwegingen geformuleerd over een kwestie die niet in geding was. Wel in geding was de vraag of belanghebbende een vaste inrichting in de zin van het verdrag met het VK had,(47) maar die vraag heeft het Hof gepasseerd door zich uit te laten over een ander element van voorwaarde c, het begrip 'ten laste komen van'.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d81ffb067c5b2f964e1dfdf29a537af4514a821b2987b4ff1759464ba67fe9c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d81ffb067c5b2f964e1dfdf29a537af4514a821b2987b4ff1759464ba67fe9c0, en de alinea staat in dat document op bytes 86624 tot 88606.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d81ffb067c5b2f964e1dfdf29a537af4514a821b2987b4ff1759464ba67fe9c0 | shasum -a 256