Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2007
Alinea 192 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AY8549.
4.18. In zijn brief van 2 juli 2001 heeft de inspecteur het voornemen uitgesproken dat hij aan belanghebbende aangiftebiljetten vennootschapsbelasting zou uitreiken ter zake van de door hem als een vaste inrichting in Nederland gekwalificeerde uitzendwerkzaamheden van belanghebbende. Niet gebleken is dat dit voornemen ten uitvoer is gebracht of, gelet op de in artikel 16, lid 2, van de AWR bepaalde navorderingstermijn, kan worden gebracht. Daarmee staat naar het oordeel van het hof vast dat de in 4.12 omschreven beloning (CvB: het Hof bedoelt hier de 183-dagenregeling) in het onderhavige geval de facto (mijn curs. CvB) niet ten laste komt van een vaste inrichting die belanghebbende, in de visie van de inspecteur, in Nederland heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d81ffb067c5b2f964e1dfdf29a537af4514a821b2987b4ff1759464ba67fe9c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d81ffb067c5b2f964e1dfdf29a537af4514a821b2987b4ff1759464ba67fe9c0, en de alinea staat in dat document op bytes 88906 tot 89661.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d81ffb067c5b2f964e1dfdf29a537af4514a821b2987b4ff1759464ba67fe9c0 | shasum -a 256