Citaat | Parket bij de Hoge Raad 23 november 2007

Alinea 193 Parket bij de Hoge Raad 23 november 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 23 november 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AY8549.

Ik begrijp r.o. 4.18 van het Hof aldus dat van "ten laste komen van" in de zin in artikel 15, tweede lid, onderdeel c, van het belastingvedrag met het VK sprake is (en daarmee van heffing van inkomsten- of loonbelasting bij de werknemer) indien de lonen - voor de vennootschapsbelasting - feitelijk (dus daadwerkelijk) ten laste is gekomen van de winst. Aldus opgevat, voert het tweede middel terecht aan dat het door het Hof gebruikte criterium van het al dan niet uitreiken van een aangiftebiljet vennootschapsbelasting of het opleggen van een aanslag in de vennootschapsbelasting, en het daarop gebaseerde oordeel van het Hof, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Zoals betoogd in onderdeel 5, met name onderdeel 5.23, is voor de toepassing van voorwaarde c is niet mede bepalend of de loonkosten al dan niet daadwerkelijk of feitelijk ten laste van de winst van de vaste inrichting zijn gekomen, maar bepalend is uitsluitend of de loonkosten op grond van artikel 7 van het OESO-Modelverdrag 1963 toegerekend dienen te worden aan de arbeid die ten behoeve van de vaste inrichting is verricht. Mocht het Hof echter wél zijn uitgegaan van een juiste rechtsopvatting, dan lijkt het mij dat 's Hofs oordeel zonder nadere motivering onbegrijpelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d81ffb067c5b2f964e1dfdf29a537af4514a821b2987b4ff1759464ba67fe9c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d81ffb067c5b2f964e1dfdf29a537af4514a821b2987b4ff1759464ba67fe9c0, en de alinea staat in dat document op bytes 89699 tot 90967.