Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2007
Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 januari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AY8771.
2.3 In de zaak Defrenne II(9) heeft het HvJ EG beslist dat een ieder zich voor de nationale rechter kan beroepen op art. 119 EG-Verdrag (gelijke beloning van mannelijke en vrouwelijke werknemers voor gelijke of gelijkwaardige arbeid; thans art. 141 EG), zowel tegenover (organen van) de lidstaat, als tegenover particulieren (de zogenaamde verticale respectievelijk horizontale rechtstreekse werking). Op grond van "dwingende overwegingen van rechtszekerheid met betrekking tot alle, openbare zowel als particuliere, belangen" besliste het Hof dat de rechtstreekse werking slechts teruggaat tot de datum van het arrest, te weten 8 april 1976. Ter staving van loonaanspraken over tijdvakken voorafgaande aan die datum kan op de rechtstreekse werking van de bepaling geen beroep worden gedaan, "behoudens wanneer een werknemer reeds een beroep in rechte of een daarmee gelijk te stellen klacht heeft ingediend".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0da7ccb917b75c0405a79173b5d95e3fbd0c6d76c4b1105261d9e58e6229d229. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0da7ccb917b75c0405a79173b5d95e3fbd0c6d76c4b1105261d9e58e6229d229, en de alinea staat in dat document op bytes 18596 tot 19518.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0da7ccb917b75c0405a79173b5d95e3fbd0c6d76c4b1105261d9e58e6229d229 | shasum -a 256