Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2007

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AY9172.

Ik heb een afwerend gebaar gemaakt door mijn beide armen te spreiden om tussen de twee jongens, waaronder [benadeelde partij], door te komen. Ik heb hierbij geduwd. Later zag ik de verwonding aan de lip van [benadeelde partij]. Hij had een plastic bekertje in zijn mond toen ik tussen hen door probeerde te lopen. Waarschijnlijk is hierdoor de verwonding aan zijn lip ontstaan. Hij wilde het bekertje kennelijk niet weggooien daar er nog drank in zat. De verwonding aan de lip van [benadeelde partij] is waarschijnlijk ontstaan door mijn schouder, daar ik een stuk groter ben dan de beide jongens. Ik ben 1.86 meter lang. U houdt mij de verklaring voor van [getuige 1]. Dit is de man in orthodoxe kledij. Hij heeft het voorval helemaal niet gezien. Hij stond namelijk op zo'n vier à vijf meter afstand van ons en ik zou twee meter lang zijn en een leren jas dragen."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfb494edb5b780cfb52f1df1d2470680d1ec9f868ba37c228d148d63e995f637. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfb494edb5b780cfb52f1df1d2470680d1ec9f868ba37c228d148d63e995f637, en de alinea staat in dat document op bytes 11268 tot 12148.