Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2007
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AY9172.
Uit de verklaring van [benadeelde partij] en van [verdachte] blijkt dat [verdachte] bij het wegduwen/losrukken (wat je met een open hand doet, niet met een vuist) [benadeelde partij] per ongeluk op zijn lip geraakt heeft. Dus van opzettelijk met de vuist tegen het gezicht slaan, wat in de dagvaarding staat, is geen sprake. [Verdachte] heeft nimmer de opzet gehad [benadeelde partij] te mishandelen. Dat erkent [benadeelde partij] zelf ook. Er is ook geen sprake van voorwaardelijk opzet. Als je iemand probeert weg te duwen is het niet zo dat je daarmee de gerede kans neemt dat iemand daardoor verwond raakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfb494edb5b780cfb52f1df1d2470680d1ec9f868ba37c228d148d63e995f637. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfb494edb5b780cfb52f1df1d2470680d1ec9f868ba37c228d148d63e995f637, en de alinea staat in dat document op bytes 14915 tot 15539.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfb494edb5b780cfb52f1df1d2470680d1ec9f868ba37c228d148d63e995f637 | shasum -a 256