Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2007
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AY9172.
16. Die vrijheid gaat echter niet zover dat de rechter aan het gebruikte onderdeel van de verklaring een andere betekenis mag geven dan de betekenis die dat onderdeel in het verband van de gehele verklaring had.(6) De vraag is of het Hof hier over deze schreef is gegaan. Het vermoeden van het slachtoffer dat verdachte hem slechts opzij wilde duwen, is namelijk relevant voor de betekenis die moet worden toegekend aan de "slaande beweging" die de verdachte volgens de verklaring van het slachtoffer maakte. Hoewel gegoten in de vorm van een vermoeden, zegt het weggelaten gedeelte iets over hetgeen het slachtoffer waarnam: in feite geeft het een nadere beschrijving van de wijze waarop de verdachte met zijn hand bewoog. Of het overblijvende gedeelte (de waargenomen "slaande beweging") daardoor van betekenis is veranderd, is moeilijk te zeggen, omdat onduidelijk is welke betekenis het Hof daaraan met betrekking tot het bewijs van het opzet heeft toegekend. Een nadere motivering, waarin het Hof zijn selectiebeslissing op dit punt had toegelicht, wordt hier, gezien het gevoerde verweer, node gemist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfb494edb5b780cfb52f1df1d2470680d1ec9f868ba37c228d148d63e995f637. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfb494edb5b780cfb52f1df1d2470680d1ec9f868ba37c228d148d63e995f637, en de alinea staat in dat document op bytes 19569 tot 20690.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfb494edb5b780cfb52f1df1d2470680d1ec9f868ba37c228d148d63e995f637 | shasum -a 256