Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2007

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 januari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AY9172.

21. Hier doet zich echter een ander probleem voor, namelijk of de waarneming van "de tot vuist gebalde hand" er niet op duidt dat de getuige - die zijn verklaring eerst drie maanden later aflegde - twee situaties door elkaar haalt (onbetwist is dat de verdachte op een later tijdstip met gebalde vuisten tegenover het slachtoffer heeft gestaan), hetgeen de betrouwbaarheid van de gehele verklaring ondergraaft. Een verweer van die strekking is door de raadsman gevoerd. De vraag is of het Hof in dat verweer aanleiding had moeten vinden om het gebruik van de verklaring van getuige [getuige 1] nader te motiveren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfb494edb5b780cfb52f1df1d2470680d1ec9f868ba37c228d148d63e995f637. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfb494edb5b780cfb52f1df1d2470680d1ec9f868ba37c228d148d63e995f637, en de alinea staat in dat document op bytes 22577 tot 23203.