Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Alinea 111 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AY9194.

6.17 Dat het Hof deze criteria heeft miskend, vermag ik overigens niet in te zien. Dat zou met meer recht van de steller van het middel kunnen wor-den beweerd. Hoewel het mij evident lijkt dat een fritesfabriek niet wordt opgericht om aardappeltarra te produceren, is volgens de steller van het middel sprake van een stof die beoogd wordt geproduceerd (criterium 6). Hoewel de fritesfabriek ervoor moest betalen om van de tarra verlost te worden, heeft die tarra volgens het middel voor het bedrijf geen negatieve waarde (criterium 9). Hoewel het Hof vaststelde dat het ging om "beduidende hoeveelheden kennelijk voor de productie ongeschikte aardappels en delen van aardappels, vermengd met aardappelloof en wisselende hoeveelheden grond", wordt in de schriftuur volgehouden dat de tarra gelijkwaardig is aan een overeenkomstige primaire grondstof (criterium 1). En hoewel de verbalisant stank van verrotting consteerde, moeten wij geloven dat er voor het mengsel een reguliere markt is (criterium 10). Ik kan de steller van het middel in dit alles niet volgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0366e73a1adb54e65c810961cb930cce2dcec1d34b0e0820e7b3749ea1f458b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0366e73a1adb54e65c810961cb930cce2dcec1d34b0e0820e7b3749ea1f458b, en de alinea staat in dat document op bytes 40036 tot 41111.