Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Alinea 195 Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 juni 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AY9194.

8.20 Als deze uitleg van het Bam juist is, kan de conclusie mijns inziens zijn dat het Hof het verweer, gezien de in de bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverweging vastgestelde feiten, slechts had kunnen verwerpen. Een eerste aanwijzing dat de opslagplaats geen deel uitmaakte van het landbouwbedrijf vormt het gegeven dat de desbetreffende activiteit in een aparte BV was ondergebracht. Daarbij voegt zich de omvang van de opslagactiviteiten, die wijst op een zelfstandige bedrijvigheid. Daarop wijst ook het feit dat het om afval ging dat niet van het eigen bedrijf afkomstig was. Niet onbelangrijk zou ik tenslotte willen achten dat de tarra bestemd was om het terrein op te hogen, hetgeen - zoals althans door de verdediging is aangevoerd - een "werk" opleverde in de zin van het Bouwstoffenbesluit. Het uitvoeren van dergelijke werken is niet bedrijfseigen aan de akker- en tuinbouw.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0366e73a1adb54e65c810961cb930cce2dcec1d34b0e0820e7b3749ea1f458b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0366e73a1adb54e65c810961cb930cce2dcec1d34b0e0820e7b3749ea1f458b, en de alinea staat in dat document op bytes 70437 tot 71339.