Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007
Alinea 124 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AY9659.
6.4 Overigens, als bewijsmiddel 9 als een ander geschrift in de zin van art. 344, lid 1 aanhef en onder 5° moet worden beschouwd, kan het mijns inziens ook als zodanig meewerken tot het bewijs. Genoemde bepaling houdt in dat zodanige geschriften alleen kunnen gelden in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Dat en waarom er van zodanig verband sprake is behoeft de rechter niet uitdrukkelijk in zijn arrest vast te stellen.(22) Het gaat er voor wat betreft de cassatierechter om of de feitenrechter de verklaring heeft kunnen doen gelden in verband met de overige bewijsmiddelen, zoals HR 14 april 1987, NJ 1988, 584 rov. 5.2.3 het uitdrukt. Bevestiging door de inhoud van een of meer andere bewijsmiddelen is niet nodig. Ik meen dat het Hof in deze zaak, waarin het specifiek ging om de risico's van onbeschermde genito-anale contacten, welk risico zich ook had gerealiseerd, het vereiste verband aanwezig heeft kunnen achten. Over de risico's van zodanige contacten heeft Prof. Danner verklaard. Er is verband zowel met de bewijsmiddelen waarin het gaat over de aard van de contacten als met die waaruit de besmetting blijkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f01a8eeeeb334927744c4d3ac3e7c8b3e8978f778768f3bb46c1098a11fb4612. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f01a8eeeeb334927744c4d3ac3e7c8b3e8978f778768f3bb46c1098a11fb4612, en de alinea staat in dat document op bytes 54325 tot 55479.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f01a8eeeeb334927744c4d3ac3e7c8b3e8978f778768f3bb46c1098a11fb4612 | shasum -a 256