Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007
Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AY9659.
Ik merk nog op dat het middel - daarbij kennelijk doelende op wat het Hof heeft overwogen na het eerste gedachtestreepje van de tweede bewijsoverweging - op zichzelf terecht stelt dat het bedrog van verzoeker voor de vaststelling van de aanmerkelijke kans irrelevant is. Ik meen echter dat de overwegingen van het Hof anders moeten worden gelezen en dat deze niet het oordeel inhouden dat het bedrog op zichzelf risicoverhogend heeft gewerkt. Het Hof heeft de door hem geconstateerde verschillen met de zaak die aan de orde was in NJ 2005, 154 op een rijtje gezet. Dat betekent niet dat alle genoemde verschillen relevant zijn voor de vraag of er sprake is van een "aanmerkelijke kans". In dat verband is mijns inziens in de visie van het Hof met name van belang wat is vermeld achter het derde gedachtestreepje, waarin het Hof ("daarom") risicoverhogende omstandigheden ziet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f01a8eeeeb334927744c4d3ac3e7c8b3e8978f778768f3bb46c1098a11fb4612. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f01a8eeeeb334927744c4d3ac3e7c8b3e8978f778768f3bb46c1098a11fb4612, en de alinea staat in dat document op bytes 34450 tot 35339.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f01a8eeeeb334927744c4d3ac3e7c8b3e8978f778768f3bb46c1098a11fb4612 | shasum -a 256