Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007

Alinea 110 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0213.

9.4.1.1 Over de (mogelijke) betekenis van bedoelde voorwerpen en stoffen is door de getuige-deskundigen ir. P.C.A.M. de Bruyn en ir. ing. R.M. van der Knijff, beiden verbonden aan het Nederlands Forensisch Instituut, d.d. 15 maart 2005 en 24 oktober 2005 gerapporteerd; het hof ontving bovendien van de hand van ir. De Bruyn een algemene rapportage uit januari 2005 over "Ammoniumnitraat en ammoniumnitraatspringstoffen in een forensisch-technisch perspectief", alsmede een rapport d.d. 4 november 2005 omtrent de inhoud en de samenstelling van de onder [16] bedoelde (flessen met) chemicaliën en de in de woning van de verdachte aangetroffen kunstmest. Beide deskundigen zijn ter terechtzitting van 31 oktober 2005 en 7 november 2005 gehoord, waarbij de aandacht geconcentreerd is geweest op explosieve constructies op basis van zogenaamde ANFO-mengsels (van AmmoniumNitraat en een brandstof - "Fuel Oil"). Daarbij is het navolgende naar voren gekomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae, en de alinea staat in dat document op bytes 16780 tot 17747.