Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007
Alinea 205 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0213.
De delictsomschrijving van het voorgestelde art. 46 is zo gekozen, dat geheel uitgesloten is dat burgers, "die niets strafbaars in de zin hebben" onder de actieradius daarvan zouden kunnen vallen. De voorgestelde bepaling eist immers dat de dader "opzettelijk voorwerpen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen, informatiedragers, ruimten of vervoermiddelen, kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf" (dat wil zeggen: het misdrijf in voorbereiding) "verwerft, vervaardigt, invoert, doorvoert, uitvoert of voorhanden heeft". Dat betekent, gelet op het feit dat de aanduiding van de schuldvorm geheel vooraan in de strafbaarstelling staat - ik moge de hier aan het woord zijnde leden wel verwijzen naar punt 4.d. van de memorie van toelichting - dat de voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid vereiste schuldvorm zeer zwaar is aangezet in het wetsvoorstel. De dader moet kennis dragen van het criminele doel van zijn handelen. Hij moet voorts weten, dat zijn daad zal uitmonden in een in vereniging begaan misdrijf.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae, en de alinea staat in dat document op bytes 55089 tot 56143.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae | shasum -a 256