Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007
Alinea 224 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0213.
De intentie is volgens de minister de achtergrond waartegen het daadwerkelijk verrichte geïnterpreteerd zal moeten worden. De minister ging er daarbij ervan uit dat het bewijs van de intentie van de verdachte geen sinecure zou zijn. Anderzijds merkt hij op dat het opzet gericht moet zijn op het "kennelijk bestemd zijn tot het in vereniging begaan van het misdrijf" ongeacht of dat feitelijk "haalbaar" was of niet.(20)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae, en de alinea staat in dat document op bytes 64764 tot 65198.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae | shasum -a 256