Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007

Alinea 240 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0213.

Tegen deze achtergrond wordt voorgesteld duidelijkheid te creëren door het bestanddeel "kennelijk" te schrappen. Daarmee wordt artikel 46 Sr ook beter afgestemd op de bijzondere strafbaarstelling van voorbereiding welke in artikel 96, tweede lid, onder 3°, Sr is omschreven. Deze duidelijkheid is onder meer van belang in verband met de strafbaarstelling van financiering van terroristische misdrijven. Van gelden die beschikbaar worden gehouden of gesteld voor de financiering van aanslagen zal niet gemakkelijk kunnen worden gesteld dat uit de aard van het voorwerp de objectieve bestemming tot het criminele doel blijkt. Geld dat voor een goed doel beschikbaar wordt gehouden ziet er niet anders uit dan geld dat beschikbaar wordt gehouden voor een aanslag. De subjectieve bestemming, het opzet van de dader, is toereikend voor strafbaarheid. Die eis van de subjectieve bestemming wordt thans en in de toekomst uitgedrukt door de formulering dat de dader opzettelijk voorwerpen bestemd tot het begaan van dat misdrijf voorhanden heeft."(29)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae, en de alinea staat in dat document op bytes 72898 tot 73956.