Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007

Alinea 247 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0213.

Ik kan deze leden verder geruststellen dat de wijziging niet tot gevolg zal hebben dat de misdadige bestemming van een voorwerp in zijn geheel niet meer bewezen behoeft te worden. Het voorhanden hebben van alledaagse middelen - om het voorbeeld van deze leden aan te halen - levert pas een strafbare voorbereiding op als de verkeerde, criminele bestemming die de dader voor deze middelen heeft, kan worden bewezen. Voor het vereiste opzet en de vereiste bestemming geldt dat deze uit alle mogelijke bewijsmiddelen kunnen volgen (bijvoorbeeld het proces-verbaal van verhoor van de verdachte, een getuigenverklaring of een tapverslag). Daarbij kan overigens ook de aard van een alledaags voorwerp, zoals een mes, tezamen met een getuigenverklaring, voor het bewijs van de strafbare voorbereiding van belang zijn. Ik kan verder nog verduidelijken dat gedragingen die in de voorstelling van de dader bedoeld zijn als voorbereiding van een terroristisch misdrijf, maar die niet daadwerkelijk als voorbereiding van een dergelijk misdrijf kunnen worden beschouwd, niet onder artikel 46 Sr vallen. Wanneer derhalve het voorhanden hebben van een alledaags voorwerp feitelijk niet de voorbereiding van het terroristische misdrijf oplevert, zal de delictsomschrijving van artikel 46 Sr niet kunnen worden vervuld."(31)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae, en de alinea staat in dat document op bytes 77241 tot 78561.