Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007

Alinea 262 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0213.

Het streven van de minister om een verduidelijking aan te brengen in de inhoud van artikel 46 Sr en wel door het schrappen van het woord "kennelijk" lijkt mij wel geslaagd. Maar de discussie die het jongste wetsvoorstel heeft losgemaakt draagt overigens niet bij tot een verheldering van het leerstuk van de strafbare voorbereiding en meer bepaald niet tot een beantwoording van de vraag hoe subjectief de strafbare voorbereiding moet zijn en hoe het leerstuk der ondeugdelijkheid moet worden ingevuld.(37) De Memorie van toelichting bij voorstel 30164 acht de subjectieve bestemming, het opzet van de dader, nog doorslaggevend voor strafbaarheid. Maar elders verklaart de minister dat het opzet niet doorslaggevend is en dat er sprake moet zijn van een daadwerkelijke voorbereiding. Er is geen sprake van strafbare voorbereiding indien een voorwerp, in tegenstelling tot wat de dader denkt, geheel ongeschikt is om het beoogde resultaat te bereiken. Aldus lijkt de minister het leerstuk van de ondeugdelijke poging rechtstreeks en zonder enige aanpassing van toepassing te achten bij de strafbare voorbereiding en aldus een objectivering te willen aanbrengen die op gespannen voet lijkt te staan met de eerder beleden subjectieve nadruk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae, en de alinea staat in dat document op bytes 90371 tot 91623.