Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007

Alinea 264 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0213.

8.2. Het komt mij voor dat de ondeugdelijkheid van de strafbare voorbereiding iets anders dient te worden ingevuld dan de ondeugdelijkheid van het begin van uitvoering, gelet op de onzekerheid waarmee de voorbereiding nog is behept, omdat deze onzekerheid in de objectieve sfeer deels door een sterke gebleken intentie van de dader kan worden gecompenseerd. Als de objectieve geschiktheid van de door de dader gekozen middelen niet op voorhand duidelijk is zal de subjectieve nadruk in de voorbereiding de doorslag kunnen geven. Voorts liggen er door de afstand tussen de voorbereiding en het voltooid misdrijf nog meer mogelijkheden open dan wanneer de verdachte al in een stadium van uitvoering van het misdrijf is beland. Verdachte heeft nog meer keuze- en correctiemogelijkheden. Hij kan leren van tegenslagen en zijn plannen nog aanpassen. Zeker de verdachte met een sterke criminele intentie zal zich niet uit het veld laten slaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae, en de alinea staat in dat document op bytes 93231 tot 94182.