Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007
Alinea 266 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0213.
Gelet op mijn stelling dat een deugdelijke poging niet kan berusten op een ondeugdelijke voorbereiding ligt het meer voor de hand de vraag te stellen wanneer we van een absoluut ondeugdelijke poging kunnen spreken om vandaaruit te trachten de absoluut ondeugdelijke voorbereiding te benaderen met inachtneming van het daar passende subjectieve accent, dan om de absoluut ondeugdelijke voorbereiding als een op zichzelfstaand fenomeen te bestuderen. Daarbij speelt een rol dat de ondeugdelijke poging een vertrouwdere figuur in ons strafrecht is dan de vrijwel onbekende ondeugdelijk voorbereiding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae, en de alinea staat in dat document op bytes 96081 tot 96691.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae | shasum -a 256