Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007

Alinea 268 Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 februari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ0213.

8.3.2. De litteratuur biedt grofweg hetzelfde beeld. Verschillende schrijvers laten zich uit over de invloed van de 'Eindruckstheorie' op de grens tussen de absoluut en relatief ondeugdelijke poging. De Hullu schrijft bijvoorbeeld dat de waarde van het leerstuk van de absoluut ondeugdelijke poging, welke geen begin van uitvoering oplevert, is gemarginaliseerd.(44) De formulering die de Hoge Raad aan het begin van uitvoering geeft - naar uiterlijke verschijningsvorm gericht op voltooiing van het misdrijf - draagt daaraan bij. Het schieten op een lijk, vroeger als het klassieke voorbeeld van een absoluut ondeugdelijke poging gezien,(45) kan volgens de Eindruckstheorie zeer wel een begin van uitvoering zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cebaa654df0d6c446e0fa1f0ba9c3fc03b0ae769dd1e680ccb46928918e0a0ae, en de alinea staat in dat document op bytes 97277 tot 98005.